Weerstandsvermogen en risicobeheersing

Het weerstandsvermogen geeft aan in welke mate we in staat zijn om het hoofd te bieden aan nadelen die kunnen ontstaan bij de uitvoering van onze gemeentelijke taken. Bij de stadsbegroting 2014 is een kadernota
“Risicomanagement en weerstandsvermogen” door uw Raad vastgesteld. Van deze kadernota zal binnenkort een actualisatie aan uw Raad worden voorgelegd. Deze actualisatie is toegezegd bij de Zomernota omdat we  de positieve winstverwachtingen van grondexploitaties mee willen nemen bij het bepalen van het risicoprofiel. Verder worden de boekhoudregels voor gemeenten (BBV) gewijzigd hetgeen ook consequenties zal hebben voor de waardebepaling van grondexploitaties en de bepaling van het weerstandsvermogen. Bovendien wordt de vennootschapsbelasting voor gemeenten ingevoerd per 1 januari 2016 en ook hieruit kunnen consequenties voortvloeien. De komende maanden gaan we intensief aan de slag om zaken helder te krijgen.  We gaan de grondexploitaties doorrekenen volgens de nieuwe BBV-inzichten. Omdat we hiervoor al kritisch uitgangspunten en kaders moeten beoordelen,  willen we ook nog eens goed kijken naar hoe we consistenter en eenduidiger met  risico’s om kunnen gaan.
We willen de Raad hierbij betrekken  en meenemen in de achtergronden en overwegingen.
Omdat we dus op meerdere onderdelen aanpassingen verwachten vinden wij het efficiënter om de aanpassingen in één keer aan de Raad voor te leggen.  
Voor deze begroting geven wij een actueel beeld van risicobeheersing en weerstandsvermogen, langs de lijnen van de huidige kadernota.

Risicobeheersing

Belangrijkste kenmerk van de risicobeheersing is dat we risico’s steeds gestructureerd inventariseren en monitoren. Daarvoor maken we gebruik van één risicomanagementsysteem, om risico’s van meer dan € 1 ton te registreren en te volgen. Belangrijkste doel van risicomanagement is risico’s beter te beheersen. Doordat we ze kennen en in de gaten houden, zijn we beter in staat maatregelen te nemen om te voorkomen dat risico’s werkelijkheid worden of om de financiële gevolgen te beperken. Met Monte Carlo‐simulaties bepalen we wat het effect van die risico’s is voor de bepaling van de gewenste weerstandscapaciteit.

Weerstandsvermogen

Het weerstandsvermogen geeft aan in welke mate we in staat zijn om het hoofd te bieden aan nadelen die kunnen ontstaan bij de uitvoering van onze gemeentelijke taken. Het weerstandsvermogen geeft de mate van robuustheid aan. Dit is van belang wanneer zich een financiële tegenvaller voordoet.

Benodigde weerstandscapaciteit
Voor het bepalen van de benodigde weerstandscapaciteit gaan we voor alle risico’s uit van de uitkomst van de Monte Carlo‐simulaties bij een zekerheidspercentage van 80%.
Voor de planexploitaties hanteren we eveneens een 80% zekerheid. Wel passen we hier een dempingsfactor toe van 10%, om rekening te houden met het feit dat niet alle risico’s tegelijk optreden en vanwege het meerjarig, langlopend karakter van de risico's.
Beschikbare weerstandscapaciteit
De beschikbare weerstandscapaciteit bestaat volgens de regels uit de reservepositie, de onbenutte belastingcapaciteit, de post onvoorzien en de stille reserves. Sinds lange tijd gaan wij er van uit dat de onbenutte belastingcapaciteit, de post onvoorzien en de stille reserves nauwelijks soelaas bieden of in elk geval niet op de korte termijn kunnen worden ingezet. Van de reservepositie kan slechts een deel beschouwd worden als vrije reserves.
Immers bestemmingsreserves zijn onlosmakelijk verbonden aan het doel waarover een raadsbesluit is genomen. Bestemmingsreserves zijn daarmee slechts door middel van een nieuw raadsbesluit inzetbaar, wanneer de noodzaak zich zou voordoen. Daarmee achten wij alleen de Saldireserve direct inzetbaar als afdekking van algemene risico’s. Dat houdt in dat de beschikbare weerstandscapaciteit geheel bepaald wordt door de omvang van de Saldireserve.

Inventarisatie risico's

Zoals gebruikelijk hanteren we het onderscheid tussen begrotingsrisico’s en planexploitatierisico’s van het Ontwikkelingsbedrijf.

Risico’s Ontwikkelingsbedrijf
In het kader van de vernieuwing P&C cyclus heeft uw Raad besloten om de uitgangspunten en risico's via een update  in de stadsbegroting op te nemen en besluitvorming bij de stadsbegroting plaats te laten vinden. Om hier uitvoering aan te geven zijn in de zomernota  de uitgangspunten voorgelegd en vastgesteld en in deze stadsbegroting worden de risico's naar de laatst bekende inzichten weergegeven.
Een integrale herziening van de grondexploitaties  heeft plaatsgevonden bij het VGP februari 2015 en daarbij zijn de risico's  en eventueel noodzakelijke verliesvoorzieningen bepaald. In de stadsrekening 2014 zijn deze gegevens verwerkt. Bij deze stadsbegroting zijn de planexploitaties tegen het licht gehouden en wordt een aanpassing van het risicoprofiel voorgesteld.

Project, bedragen * € 1.000,-

Stadsrekening 2014 Risicoprofiel

Stadsbegroting 2016 Risicoprofiel

Waalsprong GEM

45.200

46.400

Waalsprong gemeentelijk deel

7.700

8.060

Dukenburg

245

230

Knoop Winkelsteeg

127

71

Onderwijshuisvesting

2.250

4.400

Hezelpoort parkeergarage

1.690

1.650

Dennenstraat Talent Centraal

567

Spoorzone

754

1.500

Overige projecten

1.784

5.083

Waalfront

11.800

9.800

Bergerden

2.150

4.000

Subtotaal

73.700

81.761

Dempingsfactor

10%

10%

In bovenstaand risicoprofiel is nog geen rekening gehouden met de consequenties van wijziging BBV en invoering Vpb.
We hebben op dit moment alleen een globale indicatie wat deze aanpassingen gaan doen in de waardering van de GREX-en en welk gevolg dit eventueel kan hebben op de saldireserve. Om de effecten exact te duiden moeten we alle GREX-en doorrekenen, iets wat we gaan  doen voor de VGP voorafgaand aan de Stadsrekening.
De uitkomsten van een eerste globale berekening geven echter geen aanleiding te verwachten dat we hiermee een  nadeel op de GREX-en moeten inboeken.
Ook de gevolgen van de aanwijzing van de provincie bij de bedrijventerreinen zijn nog niet in het risicoprofiel opgenomen. Er is nog zoveel onzekerheid op dit dossier dat het prematuur is om hiervoor een bedrag in ons risicoprofiel te benoemen. Wel is rekening gehouden met de risico's in Hof van Holland.
Daarentegen hebben we de positieve resultaten van grondexploitaties ook nog niet meegenomen in het risicoprofiel. Zoals toegezegd komen we hier in een later stadium integraal op terug.

Begrotingsrisico’s
Voor deze Stadsbegroting hebben we de risico‐inventarisatie in ons risicomanagementsysteem geactualiseerd. Deze risico‐inventarisatie heeft 76 geïdentificeerde risico’s opgeleverd, die voldoen aan de afgesproken criteria:

  • risico’s met grote financiële gevolgen,
  • waarvoor de kans redelijk groot is dat deze zich ook daadwerkelijk manifesteren en
  • waarvoor de oorzaken niet door de gemeente kunnen worden beïnvloed of waarvoor de gemeente nog niet instaat is geweest om passende beheersingsmaatregelen te treffen om de kans of het gevolg van het risico terug te dringen.

Risico’s die al zijn afgedekt door maatregelen laten we buiten beschouwing. Het deel van financiële risico’s dat is afgedekt door verzekeringen laten we eveneens buiten beschouwing.

Hieronder geven we de top‐10 met de belangrijkste risico’s. In de eerste kolom geven we een korte omschrijving van het risico. Daarnaast geven we het maximale bedrag dat het risico als nadeel in de begroting tot gevolg kan hebben.
Onder ‘kans’ schatten we hoe groot de kans is dat het risico zich voordoet. De cijfers in deze twee kolommen kunnen niet zomaar vermenigvuldigd worden. Op basis van de geschatte kans en van het maximale bedrag voert Naris een statistische analyse uit, waarmee wij kunnen beoordelen of ons weerstandsvermogen toereikend is om met een redelijke zekerheid deze risico’s op te kunnen vangen.
Als een risico zich daadwerkelijk voordoet, dan zullen we eerst de directe effecten in de lopende begroting proberen op te vangen, alvorens een beroep te doen op de Saldireserve. Is er sprake van structurele effecten, dan zullen we in de volgende zomernota beleidsmaatregelen voor de nieuwe begrotingsperiode moeten voorstellen, om deze effecten op te vangen.

Risico’s gemeentelijke activiteiten exclusief Ontwikkelingsbedrijf

maximaal
gevolg
* € 1 milj.

kans

aandeel in risico-profiel

Beschermd wonen: Door de verlaging van de integratie uitkering  beschermd wonen voor 2015 en 2016 ligt er grote druk op het beschikbare budget. Voor het jaar 2015 zijn we contracten met de zorgleveranciers aangegaan, zijn er middelen voor de uitvoering ingezet en zijn er PGB verplichtingen. Daarnaast zijn er problemen met de oplegging en inning van de eigen bijdragen. Voor 2015 leidt dit tot de situatie dat ons budget uitsluitend toereikend is voor de aangegane contractuele verplichtingen. Voor groei in de zorg en PGB is geen ruimte. Door de voorgenomen korting van het budget 2016 is besloten om de huidige contracten met de zorgaanbieders met een halfjaar te verlengen.

8,0

90%

25,1%

Wmo: Met het inkoop- en subsidiemodel voor de nieuwe Wmo-taken sturen we in de regio Nijmegen op minder concurrentie en meer samenwerking in de zorg. We hebben een balans gezocht tussen meer samenhang in de zorg enerzijds en keuzevrijheid voor cliënten anderzijds. We werken met vaste tarieven en budgetten waarmee we zoveel mogelijk binnen de financiële kaders blijven. De kans is groot dat de vraag naar Wmo-ondersteuning  de komende tijd sterker toeneemt dan het  budget en de beschikbare capaciteit. Daarnaast zien we risico’s die te maken hebben met het niet realiseren van en de inning van de eigen bijdrage  en de beheersing van het PGB-budget.

4,6

90%

14,4%

Onze uitgaven voor bijstandsuitkeringen (Uitkeringen op basis van Participatiewet, voormalige WWB) kunnen hoger of lager liggen dan de Rijksuitkering, als gevolg van: 1) veranderingen in het verdeelmodel/wijzigingen in financiële systematiek, 2) onze gemiddelde  prijs per uitkering, 3) ons aantal uitkeringen. De financieringssystematiek is per 2015 gewijzigd (eind september 2014 bekend gemaakt) en valt voor Nijmegen ongunstig uit. Vanwege een geleidelijke invoering van deze nieuwe verdeelsystematiek wordt dit nadelige effect in het eerste jaar (2015) gedempt. Op dit moment (eind juni 2015) lopen er nog diverse trajecten inzake het nieuwe verdeelmodel (zie ook brief Klijnsma aan de Tweede Kamer van 19 juni jl.) Zo wordt er hard gewerkt aan een verbeterd model 2016, waarvan de uitkomsten voor Nijmegen pas eind september duidelijk zullen worden. Ook is bekend dat het model in 2017 weer verder aangepast gaat worden als wordt overgegaan naar ‘integrale data’ (feitelijke data in plaats van schattingen). Ook dit kan de resultaten van de verdeling weer behoorlijk beïnvloeden. Lastig is vooralsnog te zeggen hoe de verschillende ‘verbeteringen’ voor Nijmegen zullen uitwerken. Verder lopen er op dit moment inzake 2015 nog diverse juridische trajecten (beroepsprocedure alsmede civielrechtelijke procedure). Daarnaast zijn er feitelijke onjuistheden geconstateerd in de data die gebruikt is in het nieuwe model, wat ook nog tot wijzigingen kan leiden. Vooralsnog passen wij de financiële risicomelding nog niet aan omdat de nadelen binnen de bestaande melding 'passen'

5,0

70%

12,2%

Jeugd: Met het inkoop- en subsidiemodel voor de nieuwe Jeugdhulptaken sturen we in de regio Nijmegen op meer samenwerking en complementariteit in de zorg. We hebben een balans gezocht tussen meer samenhang in de zorg enerzijds en keuzevrijheid voor cliënten anderzijds. We werken met vaste tarieven en budgetten waarmee we zoveel mogelijk binnen de financiële kaders blijven. De kans is groot dat de vraag naar jeugdhulp de komende tijd sterker toeneemt dan het budget (B, C1, C2 en landelijke ingekochte zorg) en de beschikbare capaciteit. Daarnaast onderkennen we risico’s die te maken hebben met de beheersing van het PGB-budget en de afgegeven budgetgaranties. Het gevolg van deze risico's is overschrijding van het budget voor de Jeugdhulp.

2,0

90%

6,4%

Na 2015 loopt zowel de rijksbijdrage Onderwijsachterstandenbeleid (OAB) van  € 2,7 miljoen als de aanvulling hierop vanuit de in het bestuursakkoord G33 vastgelegde afspraken voor de  voor- en vroegschool (VVE) van € 1,3 miljoen af. We verwachten vooral op het gebied van de voortzetting van de bestuursafspraken G33 een verlaging, omdat de VNG momenteel in overleg met de minister de mogelijkheden verkent tot een bredere verdeling van deze middelen over de G86-gemeenten. Hierdoor kan een significante verdunning van de beschikbare middelen ontstaan. Daarnaast is het Rijk voornemens middelen uit het gemeentefonds ten behoeve van de dekking voor het reguliere peuterspeelzaalwerk voor kinderen van werkende ouders vanaf 2016 over te hevelen naar het rijk. Dit zou betekenen dat we deze decentralisatie-uitkering van ruim € 0,2 miljoen in het kader van de Wet Oké kwijtraken.

2,5

30%

2,6%

Zowel de omvang van de doelgroepen van het minimabeleid als het gebruik van de regeling is geschat. Deze prognose is moeilijk 100% op realiteitswaarde in te schatten.

1,0

70%

2,4%

De exploitatie van Breed staat onder druk. Het gevolg hiervan is dat de eerder verwachte positieve exploitatieresultaten niet worden gerealiseerd. Een negatief bedrijfsresultaat 2015 kan Breed grotendeels  opvangen uit haar reserves; de bijdrage aan de reorganisatievoorziening welke in de Nijmeegse begroting gedekt werden door de verwachte positieve saldi van Breed, zal door de individuele gemeenten moeten worden opgebracht. Indien de exploitatie van Breed inderdaad negatief wordt, heeft Nijmegen onvoldoende middelen geraamd om  haar bijdrage aan de reorganisatievoorziening te kunnen bekostigen. Verder verwacht Breed voor 2016 met een negatieve exploitatie te draaien. Er zijn echter nog zoveel onzekerheden,  mede in relatie tot de integratie met het werkbedrijf, dat deze verwachte tekorten alleen als risico worden benoemd en nog niet als extra bijdrage in de begroting is opgenomen. Voor 2016 is de verwachting dat er 1 miljoen nadeel gaat optreden.Ten tijde van de zomernota 2015 werd nog gerekend met een extra bijdrage van € 1,8 miljoen. Verder heeft Breed in haar risicoparagraaf risico's opgenomen, waarmee gemeenten in hun risicoprofiel rekening mee moeten houden, aangezien de beschikbare reserves van Breed zelf naar ongeveer nihil zijn teruggelopen.

3,0

90%

2,2%

Huisvesting niet- doorgedecentraliseerd onderwijs blijft verantwoordelijkheid gemeente.De verordening bij deze scholen is nog actief

2,0

30%

2,1%

De ingeslagen weg van de regionale samenwerking brengt voorbereiding- en frictiekosten met zich mee. De daadwerkelijke kosten overschrijden de begrote uitgaven.

0,6

90%

1,9%

overige 68 programma risico's

30,6%

Bij een zekerheidspercentage van 80% komt de Monte Carlo simulatie uit op € 16,9 miljoen. Dat is hoger dan bij de stadsrekening 2014 toen we uitkwamen op € 14,6 miljoen. Een belangrijke oorzaak van de stijging is het risico voor beschermd wonen. Een daling van het risico profiel wordt veroorzaakt door een verlaagd risico bij onderwijshuisvesting zoals in de zomernota al  is aangekondigd.

Met ingang van 1 januari 2016 wordt de gemeente Nijmegen belastingplichtig voor de Vennootschapsbelasting. Vooralsnog lijkt het niet tot grote financiële nadelen te leiden voor ons, maar er is nog veel onduidelijk over de uitleg van de nieuwe wet. We gaan er dan ook nu vanuit dat de effecten opgevangen kunnen worden binnen het totale risicoprofiel. Mogelijk hebben we bij de Stadsrekening 2015 meer duidelijkheid en kunnen we dan een doorrekening maken.

Benodigde weerstandscapaciteit
De risico's voor de planexploitaties zijn berekend op € 73,6 miljoen. Tellen we daar de programmarisico's van € 16,9 miljoen bij op, dan komen we op een benodigd weerstandsvermogen van € 90,5 miljoen.

Saldireserve

De ontwikkeling van de Saldireserve laat het volgende beeld zien. We hebben al rekening gehouden met de besluitvorming tot medio september 2015 en de voorgestelde besluiten bij deze stadsbegroting .
Onderstaand worden de mutaties in de saldireserve zoals voorgesteld bij deze stadsbegroting toegelicht:

 bedragen * € 1 miljoen

2015

2016

2017

2018

2019

2020

Structurele mutaties

Behoedzame omgang financieringsresultaat

ZN'14

1,3

1,3

1,3

1,3

1,3

Voordelen 2017 en later naar saldireserve

3,6

2,7

2,7

2,7

Exploitatie KKG

rek '14

-0,4

-0,4

-0,3

-0,3

-0,3

-0,2

Bespaarde rente reserve

rek'14

4,5

4,3

4,8

5

5,3

5,8

Incidentele mutaties

Overheveling vanuit reserve Waalsprong

rek'14

0,5

Treasuryresulaat 2016

PN '12

1,2

Inzet ruimte saldireserve boven de bovengrens

PN' 13

-2

Ingezette voordelen 2013

PN '14

-1

Maatwerk interventie

rek'14

2,4

2,2

2

Bijdrage Plein '44

rek'14

-0,1

Onderuitputting kapitaallasten 2015

ZN'14

0,7

Planexploitaties VGP februari 2015

rek'14

1,1

0,1

0,3

0,8

5,3

Overhevelingen

Warmte net en bastei

rek'13

-1,3

Oveheveling GIDS naar 2015

rek'14

-0,1

-0,1

Budget mantelzorg naar 2015

rek'14

-0,1

Bluswatervoorziening naar 2015

rek'14

-0,4

ICT budget naar 2015

rek'14

-0,5

WMO onderuitputting naar 2015

rek'14

-1,8

Budget USV naar 2015

rek'14

-0,3

DU Bodem

div '15

0,2

-0,2

Uitvoering toelage hulp bij het huishouden

div '15

0,6

-0,6

Tijdelijke uitbreiding formatie sociale wijkteams

div '15

0,2

-0,2

Claims en verwachtingen

Toegankelijkheid gebouwen

rek'14

-0,4

Bijdrage Koers West

rek'14

-1,2

-1,2

-1,2

-1,2

-1,2

Bijdrage planexploitatie Waalsprong

rek'14

-1

-1,1

-1,1

-1,2

-1,2

resultaat 2015

ZN'15

-1,5

meicirculaire 2015

ZN'15

-5,8

-2,5

septembercirculaire 2015

SB'16

1,9

2,5

aanpassing rekeningresultaat slotwijziging

SW'15

-0,5

Herontwikkeling Octaaf

ZN'15

-1,1

Warmtenet 2.0

ZN'15

-1

Watersport nevengeul

ZN'15

-0,5

Transities in de Zorg

ZN'15

-2

-3

-1

2

2

Verdeelmodel BUIG

ZN'15

-3,2

Verdeelmodel BUIG aanpassing

SB '16

-1,1

Begroting BREED

ZN'15

-1,8

Breed opgenomen in risicoprofiel

SB'16

1,8

Reservering vakantiegeld vanuit IKB

ZN'15

-3,5

Herfinanciering GEM Waalsprong

SB'16

12,6

Verkoop onderdeel bedrijfsafvalinzameling DAR

SB'16

1,5

Mutatie saldireserve

-8,4

12

5,8

6,2

13,9

9,2

Bijstelling vanuit VGP februari 2015
In het VGP van februari 2015 wordt een doorkijk gegeven tot en met 2019. Deze laatste jaarschijf is nu toegevoegd aan de Stadsbegroting. In 2019 is een  winstneming opgenomen voor de GREX Bijsterhuizen. In de jaren daarna worden nog een aantal winstnemingen vanuit de GREX Bijsterhuizen verwacht.

Herfinanciering GEM Waalsprong
Vanwege de lage rentestand zijn voor een aantal leningen die de komende jaren gaan aflopen nu al vervangende leningen afgesloten.  Deze vervangende leningen hebben we kunnen afsluiten tegen een rente van gemiddeld zo’n 1,5%. Ten opzichte van de door GEM Waalsprong gehanteerde rekenrente van 3,5% levert dit een voordeel op van € 12,6 miljoen. Dit voordeel van € 12,6 miljoen wordt gepresenteerd vooruitlopend op de herziening van GREX-en in het VGP waarin alle ontwikkelingen (positief en negatief) financieel worden verwerkt, en het risicoprofiel wordt geactualiseerd.

Bijstelling resultaat 2015 in slotwijziging (inclusief gemeentefonds)
In de zomernota 2015 aangevuld met de effecten uit de meicirculaire gingen we uit van een nadelig saldo in 2015 van € 7,3 miljoen. De ontwikkelingen in de afgelopen maanden maakt dat we dit resultaat met € 1,4 miljoen voordelig bij kunnen stellen.
Dit resultaat is voor € 1,9 miljoen te danken aan de positieve ontwikkeling van het Gemeentefonds. De negatieve accres ontwikkeling die in  de meicirculaire werd voorzien is iets naar boven bijgesteld. Verder is er, dankzij een lobby van studentensteden, toch een manier gevonden om rekening te houden met uitwonende studenten in de verdelingssystematiek van het gemeentefonds.
In de Slotwijziging 2015 en in de brief over de septembercirculaire worden deze onderdelen verder toegelicht.

Geen beroep op saldireserve in 2016 (september circulaire.)
In het financieel beeld zijn we er van uitgegaan dat we in 2016 een beroep moeten doen op de saldireserve om de begroting sluitend te krijgen.  Inmiddels is de analyse van de septembercirculaire zo ver dat we er van uit kunnen gaan dat deze dusdanig positief is dat we geen beroep hoeven te doen op de saldireserve.
De septembercirculaire wordt uitvoerig toegelicht in de brief over de septembercirculaire.

Bijstelling verwacht tekort BUIG
In de Slotwijziging 2015 is het verwacht nadeel op BUIG met € 1,1 miljoen nadelig bijgesteld. Omdat we nog geen duidelijkheid hebben over wat wij aan uitkering krijgen en er onzekerheden zijn over hoe de klantaantallen zich ontwikkelen is er een bandbreedte van dit nadeel van plus of min € 2,5 miljoen.
Het Rijk heeft al laten weten dat zij misschien pas eind november duidelijkheid gaat geven over de uitkering die wij krijgen in 2015 en 2016.

Bijstelling tekort BREED
In de Zomernota zijn we uitgegaan van een mogelijk nadeel van € 1,8 miljoen  op de exploitatie van BREED waarvoor we eventueel in 2016 de saldireserve moeten aanspreken.  In de begroting van BREED is dit bedrag bijgesteld naar € 1 miljoen. Gezien de onzekerheden  is dit vooralsnog meegenomen in de programmarisico's.

Verkoop DAR bedrijfsafvalinzamel deel
We verwachten een extra dividend uitkering van de DAR in 2016 vanwege de verkoop van het onderdeel dat bedrijfsafval inzamelt. We schatten het extra dividend in op € 1,5 miljoen.

Ontwikkeling weerstandsvermogen en risicoprofiel

We zien dat het weerstandsvermogen in 2018 net iets hoger is dan het risicoprofiel. We voldoen dus aan de afspraak dat het weerstandsvermogen minimaal gelijk is aan het risicoprofiel in 2018. Hieronder  wordt dit grafisch weergegeven.  

Natuurlijk zijn er onzekerheden en bedreigingen die we nu nog niet voldoende kunnen kwantificeren.
We noemen hier alvast de ontwikkelingen rondom bedrijventerreinen. Door de reactieve aanwijzing van de provincie op het bestemmingsplan De Grift Noord is er een onzekere en dynamische situatie ontstaan. Op dit moment zijn we alle mogelijke sporen aan het verkennen en hebben overleg met alle betrokken partijen. Vanwege deze veranderende situatie kunnen inschattingen die we nu maken over een maand achterhaald zijn. Voor deze begroting hebben we er daarom voor gekozen nog geen effecten mee te nemen voor dit onderdeel op het weerstandsvermogen en risicoprofiel.  Bij de VGP en Stadsrekening 2015 komen wij hier uiteraard op terug.
Daarnaast worden de boekhoud regels voor de grondexploitaties aangepast (BBV). De uitkomsten van een eerste globale berekening geven echter geen aanleiding te verwachten dat we hiermee een fors nadeel op de GREX-en moeten inboeken.
Als laatste hebben we bij de Zomernota aangegeven dat we  de positieve winstverwachtingen van grondexploitaties mee willen nemen bij het bepalen van het risicoprofiel. Hierover is afgesproken dat we de kadernota Risicomanagement en weerstandsvermogen op dit onderdeel gaan aanpassen.
Omdat we nu op meerdere onderdelen aanpassingen verwachten vinden wij het efficiënter om de aanpassingen in één keer aan de Raad voor te leggen.  Dit is ook de reden dat we de positieve winstverwachtingen nog niet hebben meegenomen.

De komende maanden gaan we intensief aan de slag om zaken helder te krijgen.  We gaan de grondexploitaties doorrekenen volgens de nieuwe BBV-inzichten. Omdat we hiervoor al kritisch uitgangspunten en kaders moeten beoordelen,  willen we ook nog eens goed kijken naar hoe we consistenter en eenduidiger met  risico’s om kunnen gaan. We willen de Raad hierbij betrekken  en meenemen in de achtergronden en overwegingen.

Kengetallen

Als onderdeel van de vernieuwingen van de gemeentelijke boekhoudregels (BBV) gaan kengetallen onderdeel uitmaken van de toelichting in de paragraaf weerstandsvermogen. Bedoeling is dat gemeenteraadsleden een gemakkelijker inzicht krijgen in de financiële positie van de gemeente. Teneinde vergelijkbaarheid tussen gemeenten mogelijk te maken is een basisset aan kengetallen voorgeschreven.  Deze percentages worden opgenomen in de begroting 2016
Wat niet bepaald is, is de normering die aan deze percentages gegeven kan worden. Dit wordt overgelaten aan de gemeente. Wij willen dan ook graag in samenspraak met de auditcommissie komen tot een nadere toelichting op  de kengetallen en hier een passende  normering aan verbinden.
Onderstaand wordt eerst in tabelvorm het kengetal weergegeven en vervolgens volgt een toelichting.

Kengetal

Waarde kengetal

Netto schuldquote

100%

Netto schuldquote gecorrigeerd

75%

Solvabiliteitsratio

9%

Grondexploitatie

45%

Structurele exploitatieruimte begroting

0,20%

Belastingcapaciteit

99,43%

De netto schuldquote geeft aan hoeveel schulden een gemeente heeft, waarop de direct opeisbare vorderingen in mindering zijn gebracht.   Dit geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen.

De netto schuldquote gecorrigeerd voor doorgeleende gelden houdt rekening met het gegeven dat de gemeente ook zelf gelden uitleent aan overige partijen.  Omdat over dit saldo rente zal moeten worden betaald, wordt dit saldo afgezet tegen de totale jaarinkomsten van een gemeente.

De solvabiliteitsratio geeft volgens de toelichting op de kengetallen  inzicht in de mate waarin de gemeente  in staat is aan zijn financiële verplichtingen te voldoen. De solvabiliteitsratio wordt berekend door  het eigen vermogen uit te drukken in een  percentage van het totale balanstotaal.

Het kengetal grondexploitatie geeft weer hoe de waarde van de grond zich verhoudt tot de totale (geraamde) baten. Dit kengetal  wordt berekend  door de boekwaarde van de grondexploitaties te delen door de totale baten van de gemeente. De boekwaarde van de voorraden grond is van belang, omdat deze waarde moet worden terugverdiend bij de verkoop.

De structurele exploitatieruimte wordt bepaald door het saldo van de structurele baten en lasten  te delen  door de totale baten  en dit uit te drukken in een percentage.  Dit kengetal is van belang om te kunnen beoordelen welke structurele ruimte de  gemeente heeft om de eigen lasten te dragen.  

De belastingcapaciteit geeft inzicht hoe de belastingdruk zich verhoudt ten opzichte van het landelijke gemiddelde.
De definitie van het kengetal belastingcapaciteit is: Woonlasten meerpersoonshuishouden in 2016  ten opzichte van het landelijk gemiddelde in  2015  uitgedrukt in een percentage.