Inkomen & Armoedebestrijding

Maatschappelijk effect

In Nijmegen hebben zoveel mogelijk inwoners een fatsoenlijk bestaan, bij voorkeur door middel van een baan
en anders door de inzet van inkomens(aanvullende) maatregelen en schuldhulpverlening.
Als inwoners niet in hun eigen levensonderhoud kunnen voorzien, zorgen wij voor een financieel vangnet. We
doen dat enerzijds door bijstandsuitkeringen te verstrekken, anderzijds door inkomens(aanvullende)
maatregelen en een actief minimabeleid. Waar inwoners toch in schulden (dreigen te) belanden, bieden we
passende ondersteuning.

Wat doen we

  1. Beperken stijging aantal bijstandsgerechtigden

Onze ambitie is om het aantal Nijmegenaren dat een beroep moet doen op de Participatiewet
en aanverwante regelingen  te beperken.  
Om dit te realiseren voeren we activiteiten uit om de instroom te beperken en de uitstroom uit de bijstand te bevorderen. Voor een belangrijk deel zijn we hierbij afhankelijk van de economische ontwikkeling. We beoordelen aanvragen voor een uitkering aan de poort zorgvuldig om onrechtmatige instroom te voorkomen. Maar wie recht heeft op bijstand moet deze kunnen krijgen. We lichten onze klanten goed in over wat we van hun verwachten. Voor bemiddeling naar werk worden klanten ondersteund door het Werkbedrijf Rijk van Nijmegen (zie voor een nadere toelichting programma Economie en Werk)
In 2016 rekenen we op een uitstroom van ongeveer 1.800 mensen uit de bijstand, en een instroom van ongeveer 2.000 mensen. De hogere instroom is onder andere te verklaren vanuit een toename van het aantal vergunninghouders en veranderende wetgeving, waardoor bijvoorbeeld mensen die vroeger in de Wajong terecht zouden komen, nu in de bijstand komen.
In de huidige context is ons streven het aantal bijstandsgerechtigden te beperken extra belangrijk. Nijmegen is in de nieuwe verdeling van de zogenoemde BUIG-middelen een nadeelgemeente, waardoor er grotere druk op het budget komt te staan.

2. Een rechtmatige uitkering voor burgers die niet in het eigen levensonderhoud kunnen voorzien
Uitkeringen verstrekken we tijdig, correct en rechtmatig. We voeren een evenwichtig handhavingsbeleid bij uitkeringen gericht op het voorkomen en beperken van fraude. Echter, mensen die moedwillig en herhaaldelijk proberen om misbruik te maken van gemeenschapsgeld pakken we aan. In 2016 leggen we het beleidskader ‘naleving’ aan de raad ter vaststelling voor. De komende jaren leggen we meer nadruk leggen op naleving. Vanuit deze gedachte gaan we fors inzetten op meer en betere voorlichting en stimuleren daarin de samenwerking tussen onder andere de afdeling Zorg & Inkomen, sociale wijkteams, STIP’s en het Regionale Werkbedrijf.
We streven naar een gezamenlijk backoffice voor de gemeentelijke uitkeringsadministratie. Momenteel wordt landelijk onderzocht en uitgewerkt hoe een Gezamenlijk Backoffice Inkomensvoorziening (GBI) ingevoerd kan worden voor alle gemeenten in Nederland.

3. Gerichte inkomensondersteuning voor arme huishoudens
In Nijmegen moeten 11.700 huishoudens rondkomen van een laag inkomen. Deze 11.700 huishoudens bestaan uit 18.700 mensen, waaronder 3.900 kinderen. Volwassenen maar vooral kinderen moeten aan de samenleving kunnen deelnemen. We willen voorkomen dat zij door een laag inkomen belangrijke kansen in hun leven missen. Ons  ruimhartig minimabeleid houden we  in stand houden en streven naar een maximaal gebruik door de rechthebbenden. Prioritaire doelgroepen zijn kinderen, chronisch zieken, gehandicapten en ouderen.
In 2015 is het Aanvalsplan Armoede en Schulden vastgesteld. We gaan meer inzetten op preventie, op samenwerking met organisaties in de stad, het inhouden van vaste lasten op de uitkering en kwaliteitsborging van bewindvoering. Een voorbeeld van een concrete actie is: We willen in 2016 een project vroegsignalering starten om betalingsachterstanden in een vroeg stadium te herkennen en acties te ondernemen om erger te voorkomen. Een dergelijk project is gericht op preventie, maar kenmerkt zich ook door de samenwerking met partners, zoals woningbouwcorporaties en zorgverzekeraars.
Naast deze extra inzet blijven we de dingen doen die we al deden, zoals het aanbieden van een gespecialiseerde gemeentelijke schuldhulpverlening, laagdrempelige financiële dienstverlening door het maatschappelijk middenveld, het verstrekken van bijzondere bijstand, de CAZ en andere gemeentelijke regelingen en het subsidiëren van initiatieven zoals het Kinderfonds, de Kledingbank, de Voedselbank en de Formulierenbrigade.
In 2016 introduceren we in Nijmegen de &Pas. Voor de implementatie van de &Pas is gekozen voor een scenario met een duidelijke groeipotentie in de toekomst. De &Pas wordt een stadsbrede pas, die voor zoveel mogelijk mensen aantrekkelijk is en waar zoveel mogelijk ondernemers, verenigingen en instellingen in participeren.  
Met een uitgebreid pakket van onze Collectieve Aanvullende Ziektekostenverzekering  CAZ bieden we enige beperking in de hogere medische kosten die veel mensen hebben als gevolg van de forse Rijksbezuinigingen voor mensen met veel medische meerkosten enigszins te verzachten. Met de uitbreiding van het pakket is het gebruik van de CAZ in 2015 flink gestegen. Deze groei  zal zich in 2016 doorzetten.

Indicatoren

Indicatoren Realisatie 2014 Doel 2015 2016 2017 2018 2019
Algemeen
- Beperken groei aantal bijstandsgerechtigden 6581 + + + + +
- Tekortkomingen in rechtmatigheid uitkeringsverstrekking 1% 1% 1% 1% 1% 1%
- % bereikte huishoudens met een laag inkomen 79% 80% 80% 80% 80% 80%
- Aantal aanmeldingen schuldhulpverlening 1529 1500 1500 1500 1500 1500

In 2015 is een nieuw verdeelmodel voor de bijstandslasten ingevoerd. Hierdoor ontvangt Nijmegen veel minder geld voor de bijstandsuitkeringen dan in het verleden. Mede daarom kiezen we als streefindicator om het beter te doen dan het gemiddelde van Nederland (weergegeven als ‘+’ bij de eerste indicator). De in- en uitstroom, die vorig jaar als indicatoren werden gebruikt halen we dit jaar weg. Deze zijn immers vooral van belang ten opzichte van hoe andere gemeenten het doen. Voor de uitstroom naar werk is een indicator bij het programma Economie en Werk opgenomen.

Wat gaan we anders doen

bedragen * € 1.000,-

 2016

 2017

 2018

 2019

B47. Uitvoering BUIG

-55

-55

-55

-55

B43. Overheveling reservering programma B&M

55

55

55

55

B45. Digitaal klantdossier (taakmutatie)

-13

-11

-11

-11

B37. Digitaal klantdossier- vrijval taakmutatie B&M

13

11

11

11

B46. Individuele studietoeslag (taakmutatie)

-10

-26

-35

-35

B40. Individuele studietoeslag - vrijval taakmutatie B&M

10

26

35

35

Hiermee wordt uitwerking gegeven aan de beleidsvoornemens die voortkomen uit de Zomernota 2015.

Hieronder lichten we de wijzigingen nogmaals toe:
B47/B43 Stijgende klantenaantallen / uitvoering BUIG
We maken extra kosten voor een bedrag van € 55.000 voor de uitvoering van de Participatiewet (bijstandsverlening). Deze middelen worden ingezet voor extra capaciteit bij de afdeling Inkomen vanwege de stijging in het aantal klanten. Deze middelen worden gedekt uit het programma Bestuur & Middelen. Het gaat hier om een structureel effect.
B45/B37 Digitaal klantendossier (taakmutatie)
De vermelde bedragen zijn afkomstig uit septembercirculaire 2011 en 2013.
B46/B40 Individuele studietoeslag (taakmutatie)
In het kader van de Participatiewet is er een nieuwe vorm van aanvullende inkomensondersteuning voor bepaalde groepen studerenden geïntroduceerd. Deze toeslag is in de meicirculaire toegekend en in de septembercirculaire 2014 zijn de bedragen van de maatstaf bijstandsontvangers aangepast.

Wat kost het

Inkomen & Armoedebestrijding Rekening Begroot
Bedragen * 1.000.000 2014 2015 2016 2017 2018 2019

Financiële baten per product

Armoedebestrijding 2,0 1,6 1,6 1,6 1,6 1,6
Inkomen 109,6 112,4 113,0 110,6 110,6 110,6
Totaal baten programma 111,6 114,0 114,6 112,2 112,2 112,2

Financiële lasten per product

Armoedebestrijding 19,3 20,4 20,4 20,5 20,6 20,6
Inkomen 116,2 125,1 125,2 122,6 122,5 122,5
Totaal lasten programma 135,5 145,5 145,6 143,1 143,1 143,1
Totaal programma -23,9 -31,5 -31,0 -30,9 -30,9 -30,9

Financiële toelichting

De totale begrote lasten van het programma Inkomen en Armoedebestrijding komen uit op € 145,6 mln (2016).  Veruit het grootste deel (€ 127,1 mln) betreft de budgetten voor uitkeringsgerechtigden en minima (diverse uitkeringen, verstrekkingen, schuldhulpverlening). De gemeentelijke uitvoeringslasten bedragen per saldo ongeveer € 18,5 mln.

De totale begrote baten van het programma Inkomen en Armoedebestrijding komen uit op € 114,6 mln. Deze bestaan grotendeels uit de ontvangen Rijksmiddelen die wij per uitkeringssoort ontvangen.

De kosten voor de gemeentelijke uitvoeringslasten en de uitgaven voor armoedebestrijding worden gedekt uit de algemene gemeentelijke middelen.

In vergelijking met 2015 zijn de geraamde lasten en baten nauwelijks veranderd. Per saldo nemen de ‘netto lasten’ iets af, namelijk met € 0,5 mln (van € 31,5 naar € 31,0). Belangrijkste oorzaken hiervoor zijn:

  • Dalende uitvoeringslasten gemeente met € 0,5 (van € 19,0 naar € 18,5 mln).
  • De mutaties in lasten en baten m.b.t. de uitkeringen heffen elkaar enigszins op maar veroorzaken aan lasten en baten kant wel een verhoging van ruim € 0,7 mln. Per saldo dus een effect van nul euro.

Bijzonderheden:
In de begroting gaan wij er van uit dat de rijksbijdrage voor uitkeringen (BUIG budget) gelijk is aan onze netto uitkeringslasten. Echter, als gevolg van invoering nieuwe landelijke verdeelsystematiek lijkt het er vooralsnog op dat wij in 2016 minder gaan krijgen dan dat wij nodig hebben. Een risico dus dat vooralsnog voldoende wordt afgedekt met onze standaard risicomelding op dit dossier ter hoogte van € 5 miljoen.

Op dit moment wordt er door het ministerie en modelbouwer gewerkt aan verbeteringen van het landelijke verdeelmodel waarvan wij pas eind september 2015 de resultaten zien. Vooralsnog hebben we de begroting dus nog niet aangepast. Uiteraard blijven wij dit risico volgen.