Onderwijs

Maatschappelijk effect

In het programma Onderwijs werken we samen met schoolbesturen, kinderopvangaanbieders, instellingen en ouders aan goede opvang- en onderwijsvoorzieningen in de stad ieder vanuit zijn eigen taken en verantwoordelijkheden. Samen voelen we ons verantwoordelijk om jonge mensen optimale ontwikkelingskansen te bieden, zodat alle jongeren het onderwijs verlaten met een diploma en iedereen goed voorbereid de arbeidsmarkt kan betreden.

Wat doen we

De kinderen in Nijmegen verdienen het om op te groeien in een kansrijke omgeving met een kwalitatief goed kinderopvang en onderwijs aanbod dat bij hen past. Het is aan de scholen, kinderopvang en peutergroepen om de kwaliteit van het onderwijs en de opvang vorm te geven. Als gemeente houden wij toezicht op de kwaliteit van de kinderopvang en zetten wij - in samenwerking met andere programma's -  een plus op het onderwijsaanbod: wij investeren in het onderwijsachterstandenbeleid, in voor en vroegschoolse educatie, in extra aanbod op scholen en in de verbinding tussen school en wijk. Wij zetten ons in voor goede afspraken voor de zorgstructuur op en rondom de kinderopvang en scholen en de doorgaande ontwikkel- en zorglijnen met soepele overdrachten en overgangen.  We willen hierbij zoveel mogelijk aansluiten op het primaire proces en de ambities op de scholen en kinderopvanglocaties in de stad.
In 2015 hebben we een door de raad gedragen startnotitie ‘Zoveel kinderen, zoveel kansen’ vastgesteld met als uitgangspunten: We gaan voor kwaliteit en ontwikkeling, focus op ondersteuning voor kinderen die dat nodig hebben en partnerschap met ouders.  Wij stellen in 2016 een nieuw beleidskader Onderwijs en uitvoeringsagenda vast voor de  0-12 jarigen.  Met de invoering van dit nieuwe integrale beleid vervallen de oude beleidskaders (Brede Scholen, Voorschoolse voorzieningen, Voor- en vroegschoolse educatie, Onderwijsachterstandenbeleid en Gemengde scholen).

Met de schoolbesturen voortgezet onderwijs en ROC bestrijden we schoolverzuim en voortijdig schoolverlaten zoveel mogelijk. De uitvoering van leerplicht speelt hierin een belangrijke rol. Wij positioneren leerplicht zo dicht mogelijk bij de school. We hebben zorg voor jongeren die binnen ons reguliere onderwijssysteem uitvallen. Jongeren zonder startkwalificatie sporen we in samenwerking met het onderwijs op en plaatsen we zoveel mogelijk terug in het reguliere onderwijs. Op deze manier behalen zij alsnog een diploma en zo mogelijk een startkwalificatie (diploma HAVO of MBO niveau 2). Wij zien er op toe dat het VO en MBO aandacht besteden aan goede studie- en beroepskeuze.

Volwassenen met een laag opleidingsniveau krijgen de mogelijkheid om alsnog een diploma te behalen in het volwassenenonderwijs. Hierbij ligt het accent op het versterken van de taalvaardigheid en het bestrijden van laaggeletterdheid. Vanaf 2016 is de gemeente NIjmegen de regievoerder van de volwasseneneducatie namens de regio gemeenten.

In 2014 is de Innovatieagenda iedereen heeft talent afgerond, een coproductie met onze partners vanuit het onderwijs en de kinderopvang. De ambities uit de agenda hebben tot doel om met een ontwikkelingsgerichte aanpak alle kinderen en jongeren de mogelijkheid te bieden zich optimaal te ontwikkelen tot veelzijdige, sociale en verantwoordelijke burgers. Dit sluit aan bij onze ambities. Wij hebben dan ook ingestemd met de innovatie-agenda en laten daarmee onze waardering zien voor de samenwerking en commitment van het gehele Nijmeegse onderwijsveld. In 2016 worden de ambities uit de innovatie-agenda uitgewerkt naar concrete doelen en acties.

Om het bovenstaande te bereiken faciliteren we voldoende basisvoorzieningen, zoals adequate en kwalitatief goede schoolgebouwen en leerlingenvervoer. Wij hechten belang aan schoolgebouwen met een menselijke maat, een evenwichtige spreiding over de stad en passend bij de demografische ontwikkelingen in stad en regio.
In 2008 is een groot gedeelte van de onderwijshuisvesting in Nijmegen doorgedecentraliseerd aan de schoolbesturen. Naar aanleiding van het eindrapport van de evaluatie over de periode 2008-2013 in januari 2014 zijn onderhandelingen gevoerd over de herijking van de doordecentralisatie-overeenkomst om de gesignaleerde knelpunten op te lossen. In juli 2015 is hierover met alle doorgedecentraliseerde schoolbesturen overeenstemming bereikt; in een allonge (=aanvulling) op de bestaande doordecentralisatie-overeenkomst zijn de nieuwe afspraken vastgelegd.

In verband met de grotere toestroom van vluchtelingen en statushouders verwachten we een toenemende vraag vanuit de stad met betrekking tot het educatieve aanbod, onder andere op het gebied van Internationale Schakelklassen en volwasseneducatie.

Indicatoren

Indicatoren Realisatie 2014 Doel 2015 2016 2017 2018 2019
Algemeen
- % VVE-geindiceerde 2/3 jarigen dat deelneemt aan peuterarrangement en kinderdagverblijf 85% 95% 100% 100% 100%
- Aantal brede scholen 18 18 25 25 25 25
- % leerlingen naar dichtbije basisschool 69% 74% 76% 78% 80%
- % gerealiseerde nieuwbouwscholen die zijn gedoordecentraliseerd 16% 22,7% 25,8% 26,9%
- % uitbreidingen/renovatie 7,5% 19,1% 25,4% 25,4%
- % VSVers VO Onderbouw 0,5% 1% 1% 1% 1% 1%
- % VSVers Vmbo bovenbouw 1,6% 4% 4% 4% 4% 4%
- % VSVers havo/vwo bovenbouw 0,6% 0,5% 0,5% 0,5% 0,5% 0,5%
- % VSVersMbo niveau 1 37,4% 22,5% 22,5% 22,5% 22,5% 22,5%
- % VSVers Mbo niveau 2 12,9% 10% 10% 10% 10% 10%
- % VSVers Mbo niveau ¾ 5% 2,75% 2,75% 2,75% 2,75% 2,75%

Toelichting indicatoren
De eerste 3 indicatoren zullen naar verwachting na vaststelling van het nieuwe Beleidskader Onderwijs 0-12 jaar gewijzigd worden. Vooralsnog zijn de indicatoren van de huidige beleidskaders opgenomen.
De nieuwe afspraken over de doordecentralisatie onderwijshuisvesting  leiden eveneens tot wijziging van de indicatoren.  

  1. We streven naar een groot bereik van 2- en 3-jarigen met een voorschoolse voorziening. Om de toegankelijkheid te borgen, hebben we sinds 2013 de peutertoeslag en subsidiëren wij de VVE-locaties. Tevens zetten we de GGD (consultatiebureau) in die ouders stimuleert tot deelname, waarbij de nadruk ligt op  kinderen met een VVE indicatie.
  2. Conform de door de raad vastgestelde Kadernotitie doorontwikkeling Brede Scholen 2009 werd fasegewijs het aantal brede scholen uitgebreid. Per 1 augustus 2013 zijn alle 12 Open Wijkscholen, bestaande uit 14 scholen, officieel Brede Scholen. Naast deze 14 scholen is het aantal scholen met het predicaat Brede Scholen uitgebreid naar 18. Feitelijk functioneren veel meer scholen als Brede School.
  3. Kinderen in de eigen wijk naar school: we streven ernaar dat kinderen naar een school gaan die dichtbij huis ligt. De stijging van 2% per jaar tot 80% is vastgesteld door de raad.
  4. (Vervangende) nieuwbouw berekend op basis van m2 BVO in % (cumulatief) in vergelijking met de start van de doordecentralisatie in 2008. Op basis van de aanvullende afspraken op de doordecentralisatie-overeenkomst is het uiteindelijke ambitieniveau voor nieuwbouw  op nieuwe locaties in 2048 vastgesteld op 55% van de totale onderwijshuisvesting in  Nijmegen.
    Het percentage van de nieuwbouwambitie is  - in de huidige indicatoren - (nog) niet uitgesplitst naar nieuwbouw op huidige locaties en nieuwbouw op nieuwe locaties.
  5. Uitbreidingen/renovaties berekend op basis van m2 BVO in % (cumulatief) in vergelijking met de start van de doordecentralisatie in 2008. Het uiteindelijke ambitieniveau is 45 % in 2048.
    Bij het percentage uitbreidingen/renovatie is niet inbegrepen de nieuwbouw op huidige locaties.
    Vanaf 2018 is nog geen planning bekend van nieuwbouw of renovatie van scholen.
  6. t/m 12. In het convenant voortijdig schoolverlaten met het Rijk zijn afspraken gemaakt en normen vastgelegd, op basis van de landelijke meetsystematiek waarbij onderscheid gemaakt wordt per sector en opleidingsniveau voor het aantal nieuwe voortijdig schoolverlaters. Hierboven hebben wij de normen voor stad Nijmegen opgenomen. Het gaat om relatieve cijfers: voor de onderbouw VO bijvoorbeeld geldt dat de norm is dat er maximaal 1% nieuwe voortijdig schoolverlaters zijn in schooljaar 2015/2016 (begrotingsjaar 2016). De vsv-cijfers over schooljaar 2014/2015 (begrotingsjaar 2015) worden bekend in de loop van schooljaar 2015/2016.

Wat gaan we anders doen

bedragen * € 1.000,-

 2016

 2017

 2018

 2019

Bestaand beleid

B6. Onderwijshuisvesting - aanvullend herverdeeleffect

-651

-661

-667

-667

B4. Onderwijshuisvesting - vermindering onderzoeksopdracht

-1.500

-1.500

-1.500

-1.500

B5. Stoppen structurele voeding saldireserve

1.500

1.500

1.500

1.500

B7. Vrijval stelpost neutralisering onderwijshuisvesting

651

661

667

667

Hiermee wordt uitwerking gegeven aan de beleidsvoornemens die voortkomen uit de Zomernota 2015.

Conform de motie ‘extra geld voor onderwijs’ is de onderzoeksopdracht onderwijs en ondersteuning Jeugd
met € 1,5 miljoen structureel verlaagd. Dit onder voorwaarde dat de bezuinigingsafspraken met de
schoolbesturen structureel van aard zijn en behoud van functies en kwaliteit worden vastgelegd in
prestatieafspraken.

Effect van het groot onderhoud op het gemeentefonds is € 7 ton minder voor het cluster educatie. Op verzoek
van de VNG is op landelijk niveau aanvullend onderzoek gedaan naar de korting, maar dat geeft geen ander inzicht. In afwachting van het aanvullend onderzoek hebben we vorig jaar met de Stadsbegroting het financieel effect geneutraliseerd, door decentraal een stelpost op te nemen. Deze stelpost is met vaststelling van de zomernota vrijgevallen.

Naar aanleiding van de evaluatie van de doordecentralisatie hebben wij met schoolbesturen onderhandeld over de knelpunten uit de overeenkomst. In die onderhandelingen is tevens meegenomen de wens van de schoolbesturen om gemeentegarantie te krijgen voor de leningen bij de schatkist voor de grote investering in nieuwe onderwijshuisvesting.  De aanvullende afspraken op de bestaande doordecentralisatie-overeenkomst komen neer op:

  • De risico’s voor onderwijshuisvestingsexploitatie worden gedempt door de ambitie voor nieuwbouw bij te stellen van 70% naar 55%. Hierdoor zullen minder scholen op nieuwe locaties worden gebouwd en de verliezen voor de gemeente als gevolg van de terugleveringsverplichting worden beperkt.
  • Wij verlenen gemeentegaranties voor de schatkistleningen ten behoeve van onderwijshuisvesting. De lagere  kapitaallasten  bieden scholen ruimte voor investeringen de kwaliteit van  gebouwen en het onderwijs.
  • In het kader van het  nieuwe bestuurlijk overleg over  de huisvestingsplannen van de scholen kunnen wij beter anticiperen op  de levering van risicovolle locaties  en de herontwikkelingsmogelijkheden.

Wat kost het

Onderwijs Rekening Begroot
Bedragen * 1.000.000 2014 2015 2016 2017 2018 2019

Financiële lasten per product

Bestrijden voortijdig schoolverlaten 3,1 2,7 2,6 2,6 2,6 2,6
Stimuleren ontwikkelingskansen 12,8 13,1 10,4 10,4 10,4 10,4
Zorgplicht onderwijshuisvesting 18,4 16,8 16,7 16,9 17,4 17,4
Totaal lasten programma 34,3 32,7 29,8 30,0 30,5 30,4

Financiële baten per product

Bestrijden voortijdig schoolverlaten 1,1 1,2 1,1 1,1 1,1 1,1
Stimuleren ontwikkelingskansen 6,6 5,1 2,0 2,0 2,0 2,0
Zorgplicht onderwijshuisvesting 0,1 0,1 0,1 0,1 0,1 0,1
Totaal baten programma 7,8 6,4 3,2 3,2 3,2 3,2
Totaal programma -26,5 -26,3 -26,6 -26,7 -27,2 -27,2

Financiële toelichting

De totale begrote lasten binnen het programma Onderwijs zijn in 2016 € 29,8 miljoen. De totale baten zijn € 3,2 miljoen, waardoor een saldo ontstaat van € 26,6 miljoen. Het grootste deel van het beschikbare budget wordt ingezet voor de doelstellingen/producten Zorgplicht onderwijshuisvesting (56% = € 16,7 miljoen) en  Stimuleren ontwikkelingskansen (35% van het budget = € 10,4 miljoen). Voor Voortijdig schoolverlaten is de resterende 9% (= € 2,6 miljoen) van het budget beschikbaar.

Het begrotingssaldo (lasten min baten) van het programma Onderwijs stijgt gering met € 0,3 miljoen (1%) van € 26,3 miljoen in 2015 naar € 26,6 miljoen in 2016. Dit heeft vooral te maken met een bezuiniging van € 0,4 miljoen die in het kader van de onderzoeksopdracht Onderwijs en Ondersteuning jeugd in 2015 is ingeboekt op onderwijsachterstanden en brede scholen. Deze bezuiniging loopt ook na 2015 meerjarig structureel door, maar dient nog in de begroting vanaf 2016 verwerkt te worden.

Vanaf 2017 is in meerjarig perspectief geen sprake van substantiële ontwikkelingen in het begrotingssaldo, met uitzondering van de toename van de lasten in 2018 met € 0,5 miljoen. Dit is vooral het gevolg van de toename van de begrote kapitaallasten met betrekking tot de investering van de brede school in Groot Oosterhout.