Wijkontwikkeling

Maatschappelijk effect

Met het programma Wijkontwikkeling dragen we bij aan leefbare en veilige wijken, met goede sociale relaties en samenhang in buurten. We verbinden vraag en aanbod van bewoners, wijkpartijen en de gemeente aan elkaar, zorgen voor kennisuitwisseling over ontwikkelingen in de wijken en de aansluiting tussen praktijk en beleid.  Door onze inzet bevorderen we ‘meedoen’ op allerlei manieren:  van het vormgeven aan de eigen leefomgeving, het bieden van onderlinge hulp tot het onderling aanspreken op gedrag. We dragen bij aan een zo laagdrempelig mogelijke relatie tussen de gemeente en de wijk.

Wat doen we

Het programma bestaat uit twee onderdelen:

  • Wijkaanpak
  • Speelvoorzieningen

De wijkaanpak richt zich op een samenhangende aanpak van sociale, fysieke en economische kansen en problemen in alle wijken.  Het gaat dan om het  op peil houden van wijken waar het goed gaat, het aanpakken van achterstanden in deelgebieden die achterblijven en het stimuleren van participatie.
We doen dat door:

  • de inzet van wijkmanagement: de medewerkers van wijkmanagement vormen de spil in de wijknetwerken, zijn een belangrijke schakel tussen de wijk en de gemeente en voeren regie daar waar nodig (buurtaanpak, jeugd, woonoverlast en multiprobleemhuishoudens);
  • het verstrekken van subsidies;
  • het opzetten en onderhouden van diverse wijkgerichte communicatievormen (overleg en media);
  • het begeleiden van nieuwe ontwikkelingen en organisaties in de wijken bij de verbinding met het wijknetwerk (bijvoorbeeld de Stip’s en Sociale wijkteams);
  • het maken van wijkaanpakprogramma’s (WAPs). Deze WAP’s schetsen een beeld van de wijk, geven overzicht van ontwikkelingen, acties en netwerkpartijen en bieden inspiratie (wijkagenda) voor iedereen die iets voor de wijk wil betekenen.

We focussen ons in de wijkaanpak op thema’s die vergaande (negatieve) effecten hebben op de leefbaarheid in wijken: overlast en veiligheid (objectief en subjectief). Naast bewoners zijn onze belangrijkste partners in de wijken: de woningbouwcorporaties, politie, zorg- en welzijnsinstellingen en scholen. Intern zijn er relaties met de meeste gemeentelijke programma’s. De belangrijkste zijn: Openbare Ruimte, Wonen, Vastgoed, Sport en Accommodaties, Veiligheid, Zorg- en Welzijn.

Speelvoorzieningen bestaan uit (wijk)speeltuinen, recreatieve sportplekken en kinderboerderijen.  Goede en voldoende speelvoorzieningen zijn belangrijk voor de leefbaarheid van een wijk (het ‘kleine geluk’).  Naast de aanleg en het beheer van formele speelplekken, richten we ons ook op de mogelijkheden die de totale openbare ruimte biedt voor spelen.  Dit doen we in samenspraak met bewoners waarbij we zelfbeheer stimuleren. De komende jaren zal er extra worden geïnvesteerd in de vervanging van bestaande speelvoorzieningen.

Indicatoren

Het bereiken van onze doelstellingen wordt gemeten  via de stads- en wijkmonitor en vertaald in 4 indicatoren:

1. verbeteren van de leefbaarheid
2. sociale cohesie
3. veilig voelen in eigen buurt
4. sociaal-economisch perspectief

Deze stads- en wijkmonitor komt om de twee jaar uit, de laatste in 2013.  De gegevens  t.b.v. de indicatoren 1 t/m 3 - van de metingen van 2015 - en de ontwikkeling per stadsdeel ten opzichte van 2013 zijn bij het opstellen van deze begroting nog niet beschikbaar. We beschikken wel over een voorlopige prognose. De ambitie voor 2016 is hieraan gerelateerd.  

Bij de rekening 2015 zullen deze cijfers wel bekend zijn.

De tabel van indicator 4 sociaal economisch perspectief is gebaseerd op actuele cijfers.

Een voorlopig beeld van de ontwikkelingen van de aandachtswijken (leefbaarheid, sociale cohesie, veiligheid):
De aandachtsgebieden in de Oude Stadswijken maken als gevolg van grote (transformaties) en kleine ingrepen door corporaties, bewoners en gemeente een positieve ontwikkeling door. Echte risicogebieden lijken verdwenen. De Kolpingbuurt blijft een gebied op achterstand maar is wel stabiel als gevolg van diverse ingrepen (w.o. gecontroleerde instroom van nieuwe doelgroepen).  Nieuw West (Neerbosch Oost en Heseveld) lijkt op meerder fronten stabiel te zijn. Hatert laat een positieve ontwikkeling in het woon- en leefklimaat zien, al blijft het een instroomgebied voor zwakkere groepen. In Dukenburg spelen diverse leefbaarheidsrisico’s. Kop Tolhuis en Malvert laten positieve ontwikkelingen zien als gevolg van inzet op veiligheid en transitie van het maisonnettegebied. Zwanenveld en Aldenhof zijn stabiel.  Meijhorst blijft een gebied met hardnekkige achterstanden, hoewel jongerenoverlast is afgenomen. In Lindenholt (Voorstenkamp en Aldenhof) is de situatie stabiel, aandachtspunt is en blijft de problematiek achter de voordeur. Het Centrum (Benedenstad en Stadscentrum) is eveneens stabiel, horecaoverlast blijft een issue, maar de veiligheidssituatie in de openbare ruimte is op diverse plaatsen beheersbaar of verbeterd (o.a. Kronenburgerpark).

1. Indicator Verbeteren leefbaarheid

Deze ambitie drukken we uit in de indicator 'bewonerswaardering voor woon- en leefklimaat’ en de indicator rapportcijfer woonomgeving. Beide zijn (pas) eind 2015/beging 2016 beschikbaar.

Bewonerswaardering woon- en leefklimaat (schaalscore evaluatie buurt)

2011

2013

Ontwikkeling
2011/2013

2015
n.b

Ontwikkeling
2013/2015
N.b.

Begroting 2016

Nijmegen

7,5

7,6

0

0/+

Aandachtsgebieden Nijmegen Centrum

7,3

7,3

0

0

Aandachtsgebieden oude stadswijken

6,8

6,8

0

+

Aandachtsgebieden Nieuw West

6,8

6,9

0

0

Aandachtsgebied Hatert

6,7

6,9

+

0/+

Aandachtsgebieden Dukenburg

6,4

6,8

+

0/+

Aandachtsgebieden Lindenholt

6,5

6,7

+

0

rapportcijfer woonomgeving

2011

2013

Ontwikkeling
2011/2013

2015
n.b.

Ontwikkeling
2013/2015
n.b.

Begroting 2016

Nijmegen

7,3

7,5

+

0/+

Aandachtsgebieden Nijmegen Centrum

7,4

7,5

0

0

Aandachtsgebieden oude stadswijken

6,8

7,0

+

+

Aandachtsgebieden Nieuw West

6,9

7,0

0

0

Aandachtsgebied Hatert

6,9

7,2

+

0/+

Aandachtsgebieden Dukenburg

6,8

6,9

0

0/+

Aandachtsgebieden Lindenholt

6,9

7,0

0

0

2. Indicator Sociale Cohesie

Deze ambitie drukken we uit in de indicator  ‘schaalscore evaluatie sociaal klimaat’. Deze indicator is (pas) eind 2015/begin 2016 beschikbaar.

Schaalscore
Sociale kwaliteit woonomgeving

2011

2013

Ontwikkeling
2011/2013

2015
n.b.

Ontwikkeling
2013/2015
n.b.

Begroting
2016

Nijmegen

5,9

5,9

0

0/+

Aandachtsgebieden
Nijmegen Centrum

4,9

4,8

-

0

Aandachtsgebieden oude
stadswijken

5,6

5,5

-

+

Aandachtsgebieden Nieuw West

5,3

5,5

+

0

Aandachtsgebied Hatert

5,4

5,8

+

0/+

Aandachtsgebieden Dukenburg

5,3

5,6

+

0/+

Aandachtsgebieden Lindenholt

5,1

5,4

+

0

3. Indicator Veilig voelen in eigen buurt

Deze ambitie drukken we uit in de indicator ‘% onveilig gevoel buurt’. Deze indicator is (pas) eind 2015/begin 2016 beschikbaar.

% onveilig gevoel buurt

2011

2013

Ontwikkeling
2011/2013

2015
n.b.

Ontwikkeling
2013/2015
n.b.

Begroting 2016

Nijmegen

19%

18%

0

0/+

Aandachtsgebieden Nijmegen Centrum

26%

27%

0

0

Aandachtsgebieden oude stadswijken

23%

26%

0

+

Aandachtsgebieden Nieuw West

26%

25%

0

0

Aandachtsgebied Hatert

25%

25%

0

0/+

Aandachtsgebieden Dukenburg

30%

24%

+

0/+

Aandachtsgebieden Lindenholt

23%

24%

0

0

4. Indicator Sociaal-economisch perspectief

Vanuit het programma wijken kunnen we op beperkte schaal een bijdrage leveren aan de verbetering van de sociaal-economische situatie van mensen.  We hebben hier immers te maken met problematiek  waarvoor niet alleen andere beleidsterreinen, zoals werk en inkomen en onderwijs maar ook andere schaalniveaus dan de wijk (de stad, regio, landelijk) aan zet zijn.  
We monitoren in ieder geval de ontwikkelingen in de zwakkere wijken en buurten op dit vlak en we houden daar sterker een vinger aan de pols. De indicatoren bestaan uit het percentage leerlingen op havo/vwo en het percentage uitkeringen van de WWB.

Het sociaal-economisch perspectief in Nijmeegse aandachtgebieden toont zich kwetsbaar. Er zijn soms lichtpuntjes in onderwijsniveau en werkloosheid, onder meer door de instroom van nieuwe bevolkingsgroepen. Maar het economisch tij werkt vooralsnog vooral negatief door. Net als in Nijmegen als geheel is het onderwijsniveau (op basis van het % leerlingen in HAVO/VWO) in veel aandachtsgebieden stabiel of licht verbeterd. In Hatert en Nieuw West zien we echter de laatste jaren een verslechtering (na aanvankelijke verbeteringen). Veel aandachtsgebieden zijn harder dan gemiddeld getroffen door de opkomende werkloosheid. Vooral aandachtsgebieden in Dukenburg en Lindenholt laten een behoorlijke toename zien van het percentage WWBers. Ook het beeld in Hatert verslechterde bovengemiddeld.
In Nijmegen-Centrum  ligt het sociaal-economisch perspectief beduidend gunstiger dan in de andere aandachtsgebieden.

% leerlingen 3HAVO/VWO in 3e leerjaar

2008/ 2010

2011/ 2013

2013/ 2015

08/10 –> 11/13

11/13 –> 13/15

ontwikkeling

Nijmegen

44,7%

51,9%

52,1%

+7,2

+0,2

Stabiel na verbetering

Aandachtsgebieden Nijmegen Centrum

42,9%

47,3%

50,5%

+4,4

+3,2

Gestage verbetering

Aandachtsgebieden oude stadswijken

20,0%

29,9%

28,9%

+9,9

-1,0

Stabiel na verbetering

Aandachtsgebieden Nieuw West

31,2%

44,7%

39,2%

+13,5

-5,5

Enige afname na aanvankelijke verbetering

Aandachtsgebied Hatert

20,5%

43,7%

34,8%

+23,2

-8,9

verslechtering na sterke verbetering

Aandachtsgebieden Dukenburg

21,7%

32,8%

28,9%

+11,1

-3,9

Enige afname na verbetering

Aandachtsgebieden Lindenholt

27,4 %

33,0%

35,5%

+5,6

+2,5

Gestage verbetering

% WWB in 15-65 jr

2009

2012

2014

09 -> 12

12 ->14

ontwikkeling

Nijmegen

4,3 %

5,3 %

6,1%

+1

+0,8

Gestage verslechtering

Aandachtsgebieden Nijmegen Centrum

3,9%

4,7%

4,8%

+0,8

+0,1

Relatief gunstig beeld, vrijwel stabiel

Aandachtsgebieden oude stadswijken

6,9%

8,1%

9,0%

+1,2

+0,9

gestage toename

Aandachtsgebieden Nieuw West

6,3%

7,8%

9,3%

+1,5

+1,5

Gestage, boven-gemiddelde toename

Aandachtsgebied Hatert

6,7%

8,6%

10,6%

+1,9

+2,0

Duidelijke en boven-gemiddelde toename

Aandachtsgebieden Dukenburg

7,5%

9,1%

11,5%

+1,6

+2,4

Duidelijke en boven-gemiddelde toename

Aandachtsgebieden Lindenholt

5,5%

7,3%

9,0%

+1,8

+2,7

Flinke en boven-gemiddelde toename

Wat gaan we anders doen

Participatie, zowel van burgers als van de gemeente,  loopt als een rode draad door alle strategische thema’s van de raad. Wij vinden het belangrijk dat bewoners zich sterk betrokken voelen bij de stad, bij hun wijk, bij hun buurt en hun straat en daar trots op zijn. Bewoners voelen zich meer betrokken als ze ook daadwerkelijk zeggenschap hebben; als ze de ruimte krijgen om met eigen initiatieven te komen en invloed hebben op vraagstukken die voor hun woon‐ en leefomgeving belangrijk zijn. In Nijmegen zijn we hier al jaren mee bezig en heeft participatie (burger en overheid) in vele vormen een hoge vlucht genomen. Nijmegen kent geen participatie blauwdruk, maar juist een gevarieerd speelveld.  Wat gaan we dan anders doen? We ontwikkelen vooral door op de ingeslagen weg.  We maken een nieuwe voortgangsrapportage met vele voorbeelden van participatie en actief burgerschap in Nijmegen en gaan in samenwerking met de raadswerkgroep Actief Burgerschap  experimenteren met buurtrechten (recht om uit te dagen, te bieden en te bouwen (motie Driemaal buurtrecht).   We dragen bij aan de programmering van het Kroonjaar 2016 en met name op het leggen van verbindingen tussen wijken en haar bewoners. We nodigen de raad 1 keer per jaar uit om de ontwikkelingen van de stadsdelen door te spreken.

Als gemeente bewegen we ons in onze relatie met de stad en de wijken tussen loslaten en reguleren. Daarbij moeten we expliciet per situatie afwegen en met onze bewoners en ondernemers bespreken welke positie we kiezen: loslaten en de ruimte geven, de regie nemen op bijvoorbeeld veiligheid en leefbaarheid of de vele varianten die daartussen liggen. De rol van de gemeente in een proces of project is daardoor veranderlijk en minder voorspelbaar dan voorheen. In het contact met de wijken en onze partners (in- en extern) moeten we daarom nog nadrukkelijker dan voorheen  aandacht besteden aan de wederzijdse verwachtingen over taken en rollen. Het bespreken (evalueren) van casuïstiek, zowel ambtelijk als bestuurlijk, kan daarbij helpen.

Ten aanzien van Spelen is het beleid van de komende jaren gericht op het natuurlijk spelen, de vervanging van speeltoestellen (waarvoor extra investeringsmiddelen beschikbaar voor zijn) en het anders inrichten van de speelplekken c.q. openbare ruimte. Wij kiezen voor maatwerk en zullen, binnen de mogelijkheden die er zijn, bij uitbreiding van speelplekken aan de voorkant afspraken maken met bewoners. Wij laten ook de initiatieven voor de inrichting van de openbare ruimte steeds meer aan de bewoners zelf over. Daarnaast wordt bij bestaande voorzieningen gestreefd naar afspraken met bewoners over gebruik en beheer. Ook zal er meer aandacht zijn voor het aanpassen van speelplekken (ook in de Wijk- en Stedelijke speeltuinen) voor kinderen met een beperking, zodat alle kinderen samen kunnen spelen.
Voor de Wijkspeeltuinen is er inmiddels meer beheer gerealiseerd en dat zal de komende jaren gecontinueerd worden. In de Stedelijke speeltuinen wordt er de komende jaren geïnvesteerd in nieuwe speeltoestellen, om deze speeltuinen zo aantrekkelijk en toegankelijk mogelijk te houden. Bij de Kinderboerderijen wordt de samenwerking met Breed, Driestroom en Pluryn verder vormgegeven.

Wat kost het

Wijkontwikkeling Rekening Begroot
Bedragen * 1.000.000 2014 2015 2016 2017 2018 2019

Financiële lasten per product

Speelvoorzieningen 1,9 1,9 1,9 1,9 1,9 1,9
Wijkaanpak 2,8 3,0 3,1 3,1 3,1 3,1
Totaal lasten programma 4,7 4,9 5,0 5,0 5,0 5,0

Financiële baten per product

Speelvoorzieningen 0,4 0,4 0,4 0,4 0,4 0,4
Wijkaanpak 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0
Totaal baten programma 0,4 0,4 0,4 0,4 0,4 0,4
Totaal programma -4,3 -4,6 -4,7 -4,7 -4,6 -4,6

Financiële toelichting

In vergelijking met de begroting 2015 nemen de lasten vanaf 2016 met 0,1 miljoen toe in verband met een toegestane uitzetting op de overheadverdeling. Dit betreft deels een indexering op loonsom en overige afdelingskosten Wijken, deels een wijziging in gemeente-brede overhead.