Financiering

Doel

De gemeente Nijmegen bekostigt haar activiteiten met eigen middelen en geleend geld. De rente die dit kost brengen we intern en extern in rekening. Per saldo leidt dit tot een financieringsresultaat.

Hierna leggen we eerst uit wat ons financieringsbeleid is. Daarna geven we inzicht in onze financieringsbehoefte. Waar komt deze vandaan en hoe financieren we die? Vervolgens spreken we onze verwachting uit over wat de rente gaat doen. Tot slot gaan we in op ons financieringsresultaat. Hoe komt dit tot stand en waar zitten de onzekerheden?

Financieringsbeleid

De belangrijkste doelen van ons beleid zijn:

  • Voorzien in de financieringsbehoefte van de gemeente op korte en lange termijn;
  • Instellingen binnen onze publieke taak, waar nodig, helpen bij hun financiering;
  • Risico’s beheersen bij het aangaan of het verstrekken van een lening;
  • Rentekosten bij het inlenen zo laag mogelijk houden;
  • Voldoen aan wet- en regelgeving, waaronder de Wet fido (Wet financiering decentrale overheden).

Deze doelen streven we na door:

  • Voor de langere termijn leningen af te sluiten met een looptijd van 1 tot 10 jaar.
    Het overgrote deel wordt afgesloten bij de BNG (Bank Nederlandse Gemeenten) of de NWB (Nederlandse Waterschapsbank). Beide sectorbanken kunnen door een hoge kredietwaardigheid goedkoop lenen en geven dit voordeel door aan gemeenten. In toenemende mate lenen we ook bij provincies, waarbij Gelderland is uitgesloten vanwege de toezichthoudende rol.
  • Aflossingen meerjarig te spreiden om het risico van een hoge rente bij een nieuwe lening te beperken
    Leningen lossen we meestal pas aan het einde van de looptijd af. Vaak hebben we dan een nieuwe lening nodig. De rente kan op dat moment hoog zijn. Dit is onwenselijk als er veel leningen tegelijkertijd vervallen. Daarom kiezen we de looptijden zo dat elk jaar een vergelijkbaar bedrag vervalt. Hiermee voldoen we ruimschoots aan de wettelijke renterisiconorm die dit maximeert (zie cijferopstelling achterin deze paragraaf).
  • Goedkope leningen aan te gaan met een looptijd van enkele weken
    We schatten continu in hoeveel geld er morgen binnenkomt en hoeveel we uitgeven. In combinatie met ons banksaldo gaan we één keer per week leningen aan die we binnen enkele weken weer terugbetalen. Om rentekosten te besparen zetten we hier maximaal op in, binnen de wettelijke regels. De wettelijke kasgeldlimiet maximeert de omvang van deze leningen. Dit om problemen te voorkomen als de rente ineens snelt stijgt. Met onze begrotingsomvang mogen we in 2016 gemiddeld € 60,5 miljoen kort lenen.
  • Bij het verstrekken van een lening of garantie zoveel mogelijk zekerheden te stellen.
    De gemeente is geen bank. Daarbij is een instelling zelf verantwoordelijk voor de dagelijkse bedrijfsvoering, waar de financiering een onderdeel van is. Daarom geven wij er de voorkeur aan dat instellingen zelf lenen zonder onze tussenkomst. Slechts als een instelling geen lening kan krijgen overwegen wij onder voorwaarden een rol te spelen. En zelfs dan willen we zo min mogelijk financieel risico lopen. Hierbij maken we een afweging tussen het financieel risico en het maatschappelijk belang. Kortom, we stellen ons terughoudend op bij aanvragen voor een gemeentelijke lening of garantie.
  • Voordat we een lening verstrekken eerst zelf in te lenen voor dezelfde omvang en looptijd.
    Als we een grote lening verstrekken lenen we hier zelf voor in. Om renterisico te voorkomen wordt voor hetzelfde bedrag en dezelfde looptijd ingeleend. De rente die we vragen leiden we af van de rente die we zelf moeten betalen. Voor provisiekosten en het risico dat we lopen hanteren we een opslag.
  • Geen risicovolle financiële producten af te sluiten.
    Als onderdeel hiervan gaan we terughoudend om met het gebruik van financiële derivaten zoals renteopties. Omdat de marktwaarde hiervan fluctueert met marktontwikkelingen, zijn hier risico’s aan verbonden. De gemeente Nijmegen heeft geen derivaten.

Financieringsbehoefte

De behoefte aan financiering ontstaat hoofdzakelijk door twee dingen. Enerzijds door investeringen in materiële vaste activa (hoofdzakelijk panden). Anderzijds door verstrekte leningen en onze grondexploitaties. Dit laatste komt doordat bij grondexploitaties de kosten voor de baten uitgaan. In deze financieringsbehoefte wordt voorzien door, naast de eigen reserves en voorzieningen, geld te lenen. Dit wordt onderstaand cijfermatig in beeld gebracht. Doordat we niet genoeg middelen beschikbaar hebben om in de verwachte financieringsbehoefte te voorzien, ontstaat per saldo een behoefte aan nieuwe financiering.

Raming

Raming

Bedragen

Financieringsbehoefte
(activa)

Financieringsmiddelen
(passiva)

x € 1 miljoen

31-12-2016

31-12-2016

Bestaande materiële vaste activa

368

Reserves en voorzieningen

120

Nieuwe investeringen

55

Bestaande geldleningen*

526

Uitgeleend geld incl. grondexploitaties

330

Nieuwe financieringsbehoefte

 - Kort

70

Overig

1

 - Lang

38

*  leningtransacties tot 1 juli 2015 zijn hierin verwerkt.

Bij de interpretatie van deze cijfers moet rekening worden gehouden met een tweetal zaken. Allereerst maken we financieel ruimte om investeringen te kunnen plegen. Echter, in de praktijk lopen geplande investeringen regelmatig vertraging op. Het geld wat we hiervoor nodig hebben hoeven we dan ook pas later te lenen. Ten tweede lopen in het verleden afgesloten leningen ook weer af. Dit verklaart een groot deel van de nieuwe financieringsbehoefte. Tot slot wordt zichtbaar dat we grotendeels in onze (nieuwe) financieringsbehoefte voorzien door continu binnen de regels kort te lenen.

Rente

Rentevisie
De rente is nu historisch laag. Als gemeente betalen we door onze kredietwaardigheid ongeveer dezelfde rente als de Nederlandse Staat. In april 2015 heeft deze een dieptepunt bereikt met slechts 0,22% voor een 10-jaars staatslening. Sindsdien is deze rente gestegen naar ongeveer 1,5% nu. Verhoudingsgewijs een stuk hoger, maar nog steeds erg laag. De hoogte van de rente wordt op dit moment beïnvloed door de wereldeconomie en het rentebeleid van de centrale bank in de VS. Voor de komende jaren verwachten we dat de rente niet nogmaals terugvalt. Een stijging lijkt aannemelijker. In welke mate is de grote vraag.

Rente-uitgangspunten

2016

2017

2018

2019

Rekenrente:

- Inzet van reserves en voorzieningen

<- - - - - - - - - 4,0% - - - - - - - - - >

- Doorberekening aan investeringen

<- - - - - - - - - 4,0% - - - - - - - - - >

- Rekenrente voor planexploitaties

<- - - - - - - - - 4,0% - - - - - - - - - >

Langlopende leningen

2,5%

3,0%

3,5%

4,0%

Kortlopende leningen

1,0%

2,0%

3,0%

4,0%

De rente-uitgangspunten zijn ongewijzigd ten opzichte van de voorgaande begroting.
De structurele rekenrente is 4%. Deze hanteren we voor reserves, voorzieningen, investeringen en het aangaan van leningen op de lange termijn. Dit ligt in lijn met de betaalde rente van langlopende leningen in de afgelopen 15 jaar. We verwachten dat de rente van nieuwe kort- en langlopende leningen de komende jaren nog steeds laag zal uitvallen. Daarom gaan we hiervoor uit van een oplopende reeks (lang: 2,5 tot 4%; kort: 1 tot 4%). De toenemende onzekerheid naarmate we verder in de toekomst kijken vertalen we in een hogere rente. Kort geld is daarbij altijd goedkoper. In het laatste begrotingsjaar 2019 sluiten alle percentages aan op de structurele rekenrente van 4%. Met de huidige lage rente zijn deze percentages behoedzaam.

Financieringsresultaat

In de paragraaf ´Overzicht algemene dekkingsmiddelen´ is het onderstaande resultaat gepresenteerd vanuit de financieringsfunctie. Om twee redenen is dit een positief resultaat. Allereerst is de rente die we nu betalen lager dan de rente die we standaard doorberekenen aan investeringen. Ten tweede zetten we onze reserves en voorzieningen in, waardoor we minder hoeven te lenen.

Realisatie

Begroting

Bedragen x € 1 miljoen

2014

2015

2016

2017

2018

2019

Financieringsfunctie

12,1

13,1

12,2

12,1

11,5

10,6

De raming van het positieve resultaat neemt meerjarig af, omdat onze renteaannames voor nieuwe leningen oplopen. De rente is daarmee de factor die uiteindelijk het financieringsresultaat in grote mate bepaalt. Als de rente minder stijgt dan onze aannames, ontstaat er een meevaller. Daarnaast blijven we afhankelijk van de voortgang van geplande investeringen in materiële vaste activa. Als we minder hoeven te lenen voor nieuwe investeringen haalt de financieringsfunctie hierop namelijk ook minder marge.

Tabel renterisiconorm

Bedragen x € 1.000

Stap

Variabelen Renterisico(norm)

2016

2017

2018

2019

[1]

Renteherzieningen

5.607

[2]

Aflossingen

43.845

52.251

34.306

29.837

[3]

Renterisico [1+2]

43.845

52.251

34.306

35.444

[4]

Renterisiconorm

142.300

135.660

132.440

132.940

[5a]=[4>3]

Ruimte onder renterisiconorm

98.455

83.409

98.134

97.496

[5b]=[3>4]

Overschrijding renterisiconorm

Berekening

Begrotingstotaal jaar 2016

[4a]

Begrotingstotaal

711.500

678.300

662.200

664.700

[4b]

Percentage regeling

20%

20%

20%

20%

Bij ons financieringsbeleid hebben we aangegeven dat we aflossingen meerjarig spreiden om het risico van een hogere rente bij een nieuwe lening te beperken. Uit bovenstaande voorgeschreven tabel blijkt dat we maximaal € 50 miljoen renterisico [3] lopen, terwijl de norm [4] ruimte geeft tot € 130 miljoen. Deze renterisiconorm is afgeleid van het begrotingstotaal.